Vakken en Methoden

Vier leerniveaus op de Duinoordschool
 Wij differentieren in de klas door ons onderwijs aan te passen aan niveauverschillen binnen de klas. Niveau 1 is de extra zorg binnen en buiten de klas. Eventueel wordt de basisleerstof verminderd om de extra leerstof van de remedial teacher te kunnen verwerken. Niveau 2 is de basisleerstof. De leerling heeft genoeg aan de leerstof en functioneert op een voldoende niveau binnen de leerstof. Niveau 3 is bedoeld voor de snelle kinderen die extra uitgedaagd moeten worden omdat ze de basisstof makkelijk doorlopen. Deze kinderen worden wekelijks begeleid met projecten en verdiepingsopdrachten. Zij werken aan deze opdrachten als ze klaar zijn in de klas met hun gewone werk. Niveau 4 krijgt verrijkingsleerstof aangeboden. Een speciaal opgeleide leerkracht begeleidt deze kinderen die begaafd of hoogbegaafd zijn in een verrijkingsgroep. De kinderen die in deze groep zitten hoeven niet alle leerstof in de klas te maken. Zij mogen compakten en verrijken. Hieronder een opsomming van alle vakgebieden en manieren hoe we tot leren komen. Ook staat vermeld wat de leerinhouden zijn per vakgebied.

Zelfstandig werken: Voor de basiszorg geldt het volgende: tijdens vaste momenten werken de kinderen aan hun individuele verbeterpunten of aandachtsgebieden. Kinderen die meer aan kunnen, werken op deze momenten onder begeleiding aan verdiepingsopdrachten. Moderne methoden en ICT faciliteiten geven mogelijkheden voor verrijking, verdieping en remediëren.

Projectonderwijs: Daarnaast worden er projecten opgestart voor de kinderen die snel klaar zijn met hun werk. Om hen te stimuleren en de werkhouding te bevorderen wordt aan deze groep leerlingen projectonderwijs aangeboden. Wekelijks worden zij begeleid in het ontwikkelen en verwerken van leerstof tot een presentatie. Het een en ander staat beschreven in ons beleidsplan hoogbegaafdheid.

Verrijkingsaanbod: Gegeven het feit dat de gemiddelde prestaties van de kinderen op de Duinoordschool relatief hoog ligt, groeide de noodzaak om het zorgonderwijs uit te breiden met verrijkingsaanbod in alle groepen. Deze extra zorg komt boven op het bestaande zorgbeleid en wordt opgenomen in ons interne zorgplan. Het beleid van school is erop gericht om dit aanbod in de groepen 1 tot met 8 zo in te richten dat het aansluit op het bestaande onderwijs.

Opbrengstgericht werken: Wij gebruiken het Cito- leerlingvolgsysteem om de leervorderingen van kinderen te volgen. Na elke toetsperiode maken wij groepshandelingsplannen, waar de kinderen per leeronderdeel ingedeeld worden naar verschillende scholingsbehoeften. Dat kan extra leerstof zijn of moeilijkere leerstof. Tijdens het zelfstandig werken werken alle kinderen aan hun individuele verbeterpunten. Ook op groepsniveau monitoren wij de leervorderingen en zetten extra zorg in als dat nodig blijkt. Naast aandacht voor de kinderen die extra zorg nodig hebben bij uitval, geven we ook aandacht aan die kinderen voor wie de gewone leerstof te makkelijk is. Het gaat dan om (hoog) intelligente en (hoog)begaafde kinderen. Wij vinden het niet wenselijk dat deze kinderen losgekoppeld worden van het gewone lesprogramma van de klas. Wel is nodig is dat zij de gewone leerstof compacter aangeboden krijgen, zodat zij in de vrijgekomen tijd meer uitdagend en zinvol werk aangeboden kunnen krijgen. Voor dit doel is een gespecialiseerde (verrijkings)leerkracht aangesteld om kinderen en leerkrachten te begeleiden in dit proces.

Informatiecommunicatietechnologie ICT neemt bij het realiseren van goed onderwijs een belangrijke plaats in op  onze school. Naast het oefenen van vaardigheden en verwerken van de lesstof door methode gebonden software biedt een digitale leeromgeving vele mogelijkheden om ons onderwijs verder te professionaliseren en kan het onderwijs effectiever en aantrekkelijker gemaakt worden. ICT is op onze op school een vorm van klassenverkleining, waarbij de groepsleerkracht in de klas de mogelijkheid heeft om met kleinere groepen kinderen te werken en zo meer individuele aandacht te geven. Digitale leeromgevingen zijn in de toekomstige ontwikkelingen niet weg te denken en wij willen op dit gebied graag een prominente rol spelen.

Godsdienstonderwijs De school probeert een relatie tot stand te brengen tussen de christelijke geloofstraditie van de Bijbel en de (beleving)wereld van het kind. De christelijke normen en waarden zijn medebepalend voor onze manier van kijken naar de wereld om ons heen en voor ons handelen in het dagelijkse leven.
Om deze relatie tot stand te brengen werken wij dagelijks met de godsdienst methode Trefwoord. Regelmatig werken we in de groepen met thema’s als ’zorgen voor elkaar’ en ‘opkomen voor jezelf’. De weekaccenten worden wekelijks naar de ouders gecommuniceerd via de digitale nieuwsbrief (Duinwoordje).

Nederlandse taal De kinderen leren op de basisschool informatie verwerven uit gesproken taal en deze gestructureerd, mondeling en schriftelijk, weer te geven, zich naar vorm en inhoud uit te drukken bij vragen, discussie, uitleg en bij het uitbrengen van verslag, informatie te beoordelen in gesprek en bij discussie dat informatief of opiniërend van karakter is en ze leren met argumenten te reageren.

Schriftelijk taalonderwijs De kinderen leren informatie te achterhalen in informatieve en instructieve teksten, waaronder ook schema’s, tabellen en digitale bronnen, naar inhoud en vorm teksten te schrijven met verschillende functies, zoals informeren, instrueren, overtuigen of plezier verschaffen, informatie en meningen te ordenen bij het lezen van school- en studieteksten en andere instructieve teksten, bij systematisch geordende bronnen, waaronder digitale, informatie en meningen te vergelijken en te beoordelen in verschillende teksten, informatie en meningen te ordenen bij het schrijven van een brief, een verslag, een formulier of een werkstuk. Zij besteden daarbij aandacht aan zinsbouw, correcte spelling, een leesbaar handschrift, bladspiegel, eventueel beeldende elementen en kleur, plezier in het lezen en schrijven te krijgen van voor hen bestemde verhalen, gedichten en informatieve teksten.

Taalbeschouwing De kinderen leren bij de doelen onder ‘mondeling taalonderwijs’ en ‘schriftelijk taalonderwijs’ strategieën te herkennen, te verwoorden, te gebruiken en te beoordelen, een aantal taalkundige principes en regels. Zij kunnen in een zin het onderwerp, het werkwoordelijk gezegde en delen van dat gezegde onderscheiden.
De leerlingen kennen: regels voor het spellen van andere woorden dan werkwoorden; regels voor het gebruik van leestekens, verwerven een adequate woordenschat en strategieën voor het begrijpen van voor hen onbekende woorden. Onder ‘woordenschat’ vallen ook begrippen die het leerlingen mogelijk maken over taal te denken en te spreken. In groep 1 en 2 wordt het taalonderwijs ondersteund door de praatplaten en software van de taalmethode ‘Bas’. Door middel van de toetsen Taal voor kleuters en het leerlingvolgsysteem volgen wij de individuele ontwikkeling van de leerlingen. Op schoolniveau volgen wij de trendanalyses van de groep op het gebied van de taalontwikkeling.

Aanvankelijk leren lezen Groep 3 werkt met de vernieuwde versie van Veilig Leren Lezen  met een leerstof aanbod op 4 niveaus. De kinderen die al kunnen lezen werken zelfstandig in de ‘Zon’ versie van de methode. Er is aandacht voor de meer- en minder snelle en begaafde leerlingen. De groepen 4 tot en met 8 werken met de taalmethode ‘Taal op Maat’. Deze methode voldoet aan alle gestelde kerndoelen en heeft een gestructureerde spellingslijn. Tevens beschikt de taalmethode over voldoende differentiatie materiaal voor de kinderen die de leerstof mogen compakten en verrijken.  In de overgebleven tijd kunnen de kinderen werken aan de verrijkingsleerstof van de methode. Leer-ondersteunende computersoftware van de methode wordt ingezet voor kinderen die extra oefening nodig hebben.

Technisch lezen Met de methode voor technisch lezen ́Estafette ́ hebben wij structureel aandacht voor het technisch lezen van groep 3 tot en met 8. We houden de leesvaardigheid scores bij en ondersteunen de kinderen die nog onvoldoende scoren op dit gebied.

Begrijpend Lezen De methode begrijpend lees biedt ruime mogelijkheden om zelfstandig te werken, te differentiëren en te remediëren. De kinderen die moeite hebben met begrijpend lezen kunnen met materialen en leerstof uit de methode extra begeleid worden door de leerkracht of door de onderwijsassistent. Beleidsmaatregelen voor taal en lezen: Door middel van het volgen van de ontwikkeling per groep en het analyseren van de gegevens proberen we de juiste zorg aan de groep  te geven. De leerkrachten worden verder geschoold in het analyseren van de resultaten in de klas en op de toetsen en het maken van groepshandelingsplannen.

Rekenen/Wiskunde De kinderen leren wiskundetaal gebruiken, praktische en formele rekenwiskundige problemen op te lossen en redeneringen helder weer te geven, aanpakken bij het oplossen van rekenwiskunde problemen te onderbouwen en oplossingen te beoordelen. Getallen en bewerkingen, structuur en samenhang, gehele getallen, kommagetallen, breuken, procenten, verhoudingen op hoofdlijnen te doorzien en in praktische situaties mee te rekenen, basisbewerkingen met gehele getallen in elk geval tot 100 snel uit het hoofd uit te voeren, waarbij optellen en aftrekken tot 20 en de tafels van buiten gekend zijn, schattend tellen en rekenen, handig optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen, schriftelijk optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen volgens verkorte standaardprocedures, rekenmachine met inzicht te gebruiken.

Meten en meetkunde De kinderen leren eenvoudige meetkundige problemen op te lossen, meten en rekenen met eenheden en maten, zoals bij tijd, geld, lengte, omtrek, oppervlakte, inhoud, gewicht, snelheid en temperatuur. We gebruiken hiervoor in alle groepen de methode ‘Wereld in Getallen’. De methode wordt ondersteund door software voor de computer voor de groepen 3 t/m 8 en het ideeënboek in de groepen 1 en 2. Tevens wordt het rekenonderwijs in groep 2 ondersteund door het computerprogramma ‘Bas rekenen’. De kinderen worden ondersteund op de computer met het computerprogramma van Wereld in getallen. De toetsen worden digitaal gemaakt en opgenomen in het digitale leerlingvolgsysteem. De kinderen die op de Cito toetsen A scoren mogen de digitale toetsen vooraf maken. Halen zij een score van 85% goed dan mogen zij het compacte deel van de leerstof maken. Daarna mogen zij met meer uitdagende leerstof aan de gang (zoals Kien, Bolleboos of Rekentijgers).

Kangoeroewedstrijd Jaarlijks doen we  mee aan de zgn. Kangoeroewedstrijd. Deze wedstrijd biedt uitdagende rekensommen aan voor de betere rekenaars. De kinderen die in de verrijkingsgroepen zitten doen mee met deze wedstrijd.

Engelse taal  Het onderwijs in de Engelse taal gaat vooral om mondelinge communicatie en om het lezen van eenvoudige teksten. Het schrijven beperkt zich tot het kennismaken met de schrijfwijze van een beperkt aantal vaak voorkomende Engelse woorden. Voorts leren kinderen om woordbetekenissen en schrijfwijzen van woorden op te zoeken met behulp van het woordenboek. De kinderen leren informatie te verwerven uit eenvoudige gesproken en geschreven Engelse teksten, in het Engels informatie te vragen of geven over eenvoudige onderwerpen en zij ontwikkelen een attitude waarbij ze zich durven uit te drukken in die taal de schrijfwijze van enkele eenvoudige woorden over alledaagse onderwerpen om woordbetekenissen en schrijfwijzen van Engelse woorden op te zoeken met behulp van het woordenboek. In schooljaar 2012-2013 doceren we Engelse taal vanaf groep 7.

De wereld oriënterende vakken In dit leergebied oriënteren leerlingen zich op zichzelf, op hoe mensen met elkaar omgaan, hoe ze problemen oplossen en hoe ze zin en betekenis geven aan hun bestaan. Leerlingen oriënteren zich op de natuurlijke omgeving en op verschijnselen die zich daarin voordoen. Maar ook op de wereld, dichtbij, veraf, toen en nu en maken daarbij gebruik van cultureel erfgoed. Kennis over en inzicht in belangrijke waarden en normen, en weten hoe daarnaar te handelen, zijn voorwaarden voor samenleven. Respect en tolerantie zijn er verschijningsvormen van. Bij het leren kennen van de wijze waarop mensen hun omgeving inrichten spelen economische, politieke, culturele, technische en sociale aspecten een belangrijke rol. Bij het oriënteren op de natuur gaat het om jezelf, om dieren en planten en natuurverschijnselen. Bij de oriëntatie op de wereld gaat het om de vorming van een wereldbeeld in ruimte en tijd. Leerlingen ontwikkelen een geografisch wereldbeeld aan de hand van gebieden en met behulp van kaartvaardigheden. Ze ontwikkelen een historisch wereldbeeld.

Mens en samenleving De kinderen leren zorg te dragen voor de lichamelijke en psychische gezondheid van henzelf en anderen, zich redzaam te gedragen in sociaal opzicht, als verkeersdeelnemer en als consument, hoofdzaken van de Nederlandse en Europese staatsinrichting en hun rol als burger. zich te gedragen vanuit respect voor algemeen aanvaarde waarden en normen, hoofdzaken over geestelijke stromingen die in de Nederlandse multiculturele samenleving een belangrijke rol spelen, en ze leren respectvol om te gaan met verschillen in opvattingen van mensen.

Ruimte De kinderen leren de ruimtelijke inrichting van de eigen omgeving te vergelijken met die in omgevingen elders, in binnen- en buitenland, vanuit de perspectieven landschap, wonen, werken, bestuur, verkeer, recreatie, welvaart, cultuur en levensbeschouwing. In ieder geval wordt daarbij aandacht besteed aan twee lidstaten van de Europese Unie en twee landen die in 2004 lid werden, de Verenigde Staten en een land in Azië, Afrika en Zuid-Amerika, over de maatregelen die in Nederland genomen werden om bewoning van door water bedreigde gebieden mogelijk te maken, over de mondiale ruimtelijke spreiding van bevolkingsconcentraties en godsdiensten, van klimaten, energiebronnen en van natuurlandschappen zoals vulkanen, woestijnen, tropische regenwouden, hooggebergten en rivieren, omgaan met kaart en atlas, beheersen de basistopografie van Nederland, Europa en de rest van de wereld en ontwikkelen een eigentijds geografisch wereldbeeld.

Tijd De kinderen leren gebruik te maken van eenvoudige historische bronnen, zoals aanwezig in ons cultureel erfgoed, en ze leren aanduidingen van tijd en tijdsindeling te hanteren. Ze leren over kenmerkende aspecten van de volgende tijdvakken: jagers en boeren; Grieken en Romeinen; monniken en ridders; steden en staten; ontdekkers en hervormers; regenten en vorsten; pruiken en revoluties; burgers en stoommachines; wereldoorlogen en Holocaust; televisie en computer, over de belangrijke historische personen en gebeurtenissen uit de Nederlandse geschiedenis en kunnen die voorbeeldmatig verbinden met de wereldgeschiedenis. In groep 1 en 2 wordt thematisch gewerkt aan oriëntatie op mens en natuur. Uitgangspunt daarbij is de eigen belevingswereld, de ervaring en de waarnemingen. Bij voorkeur niet uitsluitend het kijken, maar ook voelen, tillen, ruiken, bewegen, aanraken, betasten en luisteren. De leerlingen leren stap voor stap de wereld om zich heen kennen. Ze leren relaties te leggen tussen ruimte en tijd en menselijk gedrag, de natuur en het natuurkundig gebeuren.

Seksuele voorlichting en ontwikkelingsverschillen Hoewel voorlichting over de ontwikkeling van het lichaam primair een taak van de ouders is, besteden we hier op school ook aandacht aan. We geven vanaf groep 6 voorlichting over het veranderende lichaam en vanaf groep 7 komt seksuele voorlichting aan de orde.

Aardrijkskunde geschiedenis en natuur techniek en bevordering gezond gedrag We beschikken over een grote hoeveelheid kaarten, diaseries, video’s en dvd’s, boeken en platen. Er kan door de kinderen snel en gemakkelijk gebruik gemaakt worden van alle ondersteunende materialen voor werkstukken en presentaties. We beschikken over software die aansluit bij de onderwerpen van de methode, maar zijn er structureel geen begeleidingsuren ICT beschikbaar om de kinderen deze leerstof op de computer te laten verwerken. De smart boarden in de groepen 2 t/m 8 geven goede onderwijskundige ondersteuning aan de invulling van de wereld oriënterende zaakvakken. Teleblik en de digitale ondersteunende software bij de methodes zijn een dagelijkse aanvulling van ons leerstof aanbod. Het geschiedenisonderwijs wordt ondersteund door uitstapjes naar verschillende musea en we hebben een grote verzameling boeken, platen, dia’s en video’s over historische gebeurtenissen. Verder beschikken we over software voor de geschiedenisonderdelen voor de groepen 5 t/m 8.  Ons natuuronderwijs is erop gericht dat de leerlingen plezier beleven aan het verkennen van de natuur en zorg hebben voor een gezond leefmilieu. Hiervoor hebben we in 2006 de natuurmethode ‘Natuurlijk’ aangeschaft. Voor de praktische technieklessen gebruiken we het ’Ontdekkasteel’, waardoor er voor iedere klas een jaarlijks aanbod is van 10 technieklessen.

Bevordering van redzaamheid in het verkeer Het onderwijs in sociale redzaamheid, waaronder gedrag in het verkeer is erop gericht dat de leerlingen kennis, inzicht en vaardigheden verwerven als consument en als deelnemer aan het verkeer en groepsprocessen. We hebben de nieuwste verkeersmethode ‘Wegwijs’. De lessen worden ondersteund door software van de methode en met updates actueel gehouden. Aanschouwelijk onderwijs op dit gebied is ook van groot belang. Vandaar dat de methode regelmatig aanstuurt op het oriënteren in het verkeer in de omgeving van de school. Voor de praktische invulling van ons verkeersonderwijs hebben wij 3 jaar begeleiding gehad van het Haags Centrum voor onderwijsbegeleiding. We hebben materialen gekregen om in alle klassen jaarlijks vorm te geven aan deze praktijklessen. In ons jaarprogramma is dus de fietsvaardigheidslessen, het oversteken, de wijkwandeling met verkeerstellingen en de verkeersquizzen opgenomen. Dit alles resulteert in een verantwoorde verkeer educatief aanbod. De groepen 7 en 8 doen verder jaarlijks mee met het praktisch en theoretisch verkeersexamen en de dodenhoekles (voor vrachtauto’s) is een vast onderdeel in groep 7.

De muzisch- expressieve vakken Door middel van een kunstzinnige oriëntatie maken kinderen kennis met kunstzinnige en culturele aspecten in hun leefwereld. Kunstzinnige oriëntatie is er ook op gericht bij te dragen aan de waardering van leerlingen voor culturele en kunstzinnige uitingen in hun leefomgeving. Het muziekonderwijs is erop gericht dat de leerlingen kennis, inzicht en vaardigheden verwerven om muziek te beluisteren, te beoefenen en om met elkaar over muziek te kunnen praten en op muziek te bewegen. Voor dit doel werken we met de methoden ‘Muziek moet je doen’ en ‘Dramatische expressie moet je doen’ met alle bijbehorende instrumenten en materialen.
Het Koorenhuis verzorgt jaarlijks een aanbod in dans en muziek voor alle groepen en verder sluiten we aan bij actualiteiten.

Bewegingsonderwijs Kinderen bewegen veel en graag. Dat zien we bijvoorbeeld op het schoolplein tijdens het buitenspelen van de kleuters. Het behouden van die actieve leefstijl is een belangrijke doelstelling van dit leergebied. Om dat doel te bereiken leren kinderen in het bewegingsonderwijs deelnemen aan een breed scala van bewegingsactiviteiten, zodat ze een ruim ‘bewegingsrepertoire’ opbouwen. Dat repertoire bevat motorische aspecten, maar ook sociale vaardigheden. Leerlingen leren de hoofdbeginselen van de belangrijkste bewegings- en spelvormen ervaren in aansprekende bewegingssituaties. Het gaat daarbij om bewegingsvormen als balanceren, springen, klimmen, schommelen, duikelen, hardlopen en bewegen op muziek. En om spelvormen als tikspelen, doelspelen, spelactiviteiten waarbij het gaat om mikken en jongleren en stoeispelen.

Kunstzinnige oriëntatie De kinderen leren beelden, taal, muziek, spel en beweging te gebruiken om er gevoelens en ervaringen mee uit te drukken en om er mee te communiceren op eigen werk en dat van anderen te reflecteren, verwerven enige kennis over en krijgen waardering voor aspecten van cultureel erfgoed.

Lichamelijke opvoeding De kinderen leren op een verantwoorde manier deelnemen aan de omringende bewegingscultuur en leren de hoofdbeginselen van de belangrijkste beweging/ en spelvormen ervaren en uitvoeren, samen met anderen op een respectvolle manier aan bewegingsactiviteiten deelnemen, afspraken maken over het reguleren daarvan, de eigen bewegingsmogelijkheden inschatten en daarmee bij activiteiten rekening houden. De kinderen van de groepen krijgen 1 en 2 twee maal per week les van de eigen leerkracht in het speellokaal. Dagelijks doen zij motorische ervaring op tijdens het buitenspelen. Daar zijn fietsen en andere ontwikkelingsmaterialen voor aanwezig.
De groepen 3 t/m 5 krijgen twee maal per week lichamelijke opvoeding van een vakleerkracht en de groepen 6 t/m 8 krijgen 1,5 keer les van de vakdocent. Verder organiseren wij jaarlijks een sportdag en doen mee met hockey, korfbal en voetbaltoernooien.

Tekenen en handvaardigheid Het onderwijs in tekenen en handvaardigheid is erop gericht dat de leerlingen kennis, inzicht en vaardigheden verwerven waarmee zij hun gedachten, gevoelens, waarnemingen en ervaringen op persoonlijke wijze kunnen vormgeven. Ze leren reflecteren op beeldende producten en verwerven inzicht in de wereld om ons heen: de gebouwde omgeving, interieurs, mode en kleding, alledaagse gebruiksvoorwerpen en beeldende kunst. De lessen handvaardigheid worden door een vakleerkracht verzorgd in de groepen 5 t/m 8 in halve groepen en in de groepen 3 en 4 met hulp van de extra (Lio) leerkracht. Zo kan dit vakgebied de nodige individuele aandacht krijgen. Textiele werkvormen, tekenen en drama worden verzorgd door de groepsleerkracht en daarvoor hebben zij de beschikking over een methodische onderbouwing. Verder organiseren we drie keer per jaar we een creatieve middag. Het doel van deze middag is dat de kinderen leren samenwerken, elkaar helpen, elkaars kwaliteiten benutten en het saamhorigheidsgevoel versterken.

Zelfstandigheidbevordering en intrinsieke motivatie Om zelfstandigheid en motivatie bij de kinderen te bevorderen en beter aan te sluiten bij verschillen bij leerlingen werken we op bepaalde momenten van de dag aan de individuele ontwikkeling door middel van zelfstandig werken. Elke klas richt minimaal 10 procent van de lestijd in met individueel werken. Elke groep heeft hiervoor een leerlingvolgsysteem, waarbij de vorderingen van elke leerling op cognitief-, maar ook op sociaal-emotioneel gebied, bijgehouden worden. Daarmee worden de verbeterpunten met de leerling besproken en worden er maandelijks afspraken gemaakt over de verbetering van de resultaten. In iedere groep zijn (werk)boeken en materialen aanwezig voor verbreding van de leerstof. Te denken valt aan werkkaarten van taaltoppers, rekentoppers, kien en diverse verbredingopdrachten uit onze methoden. Bij verdieping wordt er dieper ingegaan op bepaalde leerstof. Kinderen werken in project groepen als ze snel klaar zijn met hun reguliere werk. De kinderen krijgen les en moeten werkopdrachten maken, zodra ze klaar zijn met hun werk in de klas. Van dit werk maken ze presentaties op de computer. Kinderen die in de klas snel klaar met hun werk en zelfstandig genoeg zijn om deze verdieping aan te kunnen, mogen deelnemen aan de projectgroepen. Bij verrijking wordt gekozen voor een integratie van verschillende vakgebieden en wordt er een appel gedaan op de creativiteit en het inzicht van kinderen. De verrijkingsleerkracht werkt wekelijks met kinderen uit de groepen 3 t/m 8. Kleuters met een ontwikkelingsvoorsprong krijgen in de klas verrijking aangeboden door de eigen leerkracht. Tegenwoordig hebben alle lesmethodes extra oefening en verrijkingsstof om de actieve en zelfstandige leerhouding bij leerlingen te bevorderen. Om deze leerstof en de lestijd effectief te benutten werken we met dag- en weektaken. Alle kinderen verwerken de aangeboden basisleerstof, daarnaast werken de kinderen aan verdieping, verrijking en/of extra oefenstof uit de methoden.

Sociaal- emotionele vorming Alle leerkrachten op de Duinoordschool zijn gediplomeerde kanjertrainers. De Kanjertraining is bedoeld voor kinderen om zich sociaal-emotioneel beter te ontwikkelen. Het belangrijkste doel van de Kanjertraining is dat een kind positief over zichzelf en de ander leert denken. Als gevolg hiervan heeft het kind minder last van sociale stress. Het blijkt dat veel kinderen na het volgen van de Kanjertraining zich beter kunnen concentreren op school en betere leerresultaten behalen. De Kanjertraining geeft kinderen handvatten in sociale situaties. Gestelde doelen tijdens de lessen zijn: Jezelf voorstellen/jezelf presenteren, iets aardigs zeggen, met een compliment weten om te gaan, met gevoelens van jezelf en met de gevoelens van de ander weten om te gaan, ja en nee kunnen zeggen, je mening vertellen, een ander durven vertrouwen en te vertrouwen zijn, samenwerken, vriendschappen onderhouden, de kunst van vragen stellen/belangstelling tonen, kritiek durven en kunnen geven, kritiek weten te ontvangen en je voordeel ermee doen, de kunst van antwoord geven/vertellen, zelfvertrouwen, zelfrespect, trots zijn, leren stoppen met treiteren, uit slachtofferrollen stappen en het heft in eigen handen nemen.

Gedrag en morele ontwikkeling Kinderen worden door de school aangesproken op hun gedrag. De school hanteert duidelijke waarden en normen in omgangsvormen en voert deze consequent door. Belangrijk hierbij is dat de normen/regels op school duidelijk zijn, verhelderd worden waar nodig, consequent doorgevoerd worden en aangepast indien de regel niet meer passend is. Rond de vier/vijfjarige leeftijd krijgt een kind inzicht in andermans denken en ontwikkelt het een inlevingsvermogen. Onderzoek toont aan dat het inlevingsvermogen bij meisjes meestal beter tot uiting komt dan bij jongens. Meisjes zijn in hun spel meer bezig met sociale interactie, waar jongens zich meer richten op strategie en competitie. Dit komt vaak in het gedrag tot uiting. Er kan dus meer aandacht besteed kunnen worden aan het ontwikkelingsverschillen tussen jongens en meisjes. Op onze thema avond hebben wij aandacht besteed aan deze ontwikkelingsverschillen.